Nieuws

Het Zelfonderzoek cGGZ in de praktijk

Sinds 2014 kent de GGZ een nieuw begrip ‘Het Zelfonderzoek cGGZ ’. Door het Zelfonderzoek toetst de deelnemende GGZ-aanbieder haar eigen declaraties op een aantal specifieke controlepunten. Dit gebeurt door middel van een vooraf gezamenlijk gedefinieerd toetsings- en normenkader. Het doel van het Zelfonderzoek is om controles voor de curatieve GGZ op een effectievere en efficiëntere wijze te kunnen uitvoeren. 

Omdat niet alle controlepunten op dezelfde manier kunnen worden uitgevoerd zijn er keuzes gemaakt in de wijze van uitvoering. Waar mogelijk wordt er gebruik gemaakt van data-analyse. Hierbij wordt er een overzicht uit de dataset gedraaid van alle gedeclareerde producten die men controleert op dit punt. Een voorbeeld hiervan is controlepunt 5 (gemiddeld > 50% indirecte tijd over alle DBC’s binnen de instelling). Hoewel de data-analyses veel werk en vooral analytisch inzicht vergen, gaat de meeste tijd uit naar het beoordelen van de deelwaarnemingen. Deze deelwaarnemingen worden uitgevoerd wanneer een data-analyse niet de juiste informatie kan leveren. Een grote schadelast zorgt ervoor dat de deelwaarnemingen veel van de capaciteit van de betreffende organisatie vraagt. In de praktijk merk ik dat meerdere instellingen hier tegenaan lopen. Dit brengt een hoge werkdruk met zich mee en het werk moet met veel zorgvuldigheid worden uitgevoerd. Een verkeerd geïnterpreteerde dataset of een slecht beoordeelde deelwaarneming kan een groot effect hebben op de financiële verrekening die uiteindelijk plaatsvindt.  

Als medewerker bij het Zelfonderzoek cGGZ2014 ken ik de belangen van de GGZ instellingen. Door middel van mijn eerder opgedane werkervaring als controlemedewerker bij een zorgverzekeraar heb ik tevens kennis van de belangen waarmee de zorgverzekeraar controleert. Deze belangen blijken vaak lijnrecht tegenover elkaar staan. Door mijn ervaring aan beide kanten kan ik GGZ instellingen nog beter helpen om de verantwoording op een juiste manier aan te leveren bij de zorgverzekeraar.

Niet alleen de verschillende belangen blijven een lastig punt, ook merk ik dat regelgeving in de praktijk nog wel eens zijn doel voorbij schiet. GGZ instellingen gaan vaak uit van het doel van de regelgeving, waar de zorgverzekeraar zich vooral bezig houdt met de letterlijke uitvoering van de regelgeving. Uit mijn ervaring weet ik dat het van belang is om ook de behandelaren op de hoogte te brengen van de wet- en regelgeving waardoor de regelgeving vanaf de basis kan worden nageleefd en niet vanaf bovenaf wordt opgelegd.

Een ander punt waar GGZ instellingen tegenaan lopen is dat niet alle regelgeving bekend blijkt te zijn binnen de instelling. Wie mag nu wel of niet en wanneer hoofdbehandelaar zijn? Wanneer telt een dag als een verblijfsdag? Wanneer mag een VZO wel en wanneer niet geregistreerd worden? Waarom is het zo belangrijk dat er een verslag is van ieder behandelcontact met cliënt? Careffect kan hierbij een helpende hand bieden. Wij hebben kennis van de geldende wet- en regelgeving en de DBC systematiek en weten deze kennis op een doeltreffende manier over te dragen aan alle relevante lagen binnen de organisatie. De zorgregistratie wordt hierdoor beter en het foutpercentage in DBC’s lager. Dit werpt financieel zijn vruchten af.  

Wij hebben GGZ instellingen geholpen bij het Zelfonderzoek cGGZ2014 en zijn klaar voor het Zelfonderzoek cGGZ2015!

Contactgegevens

088 600 1100
info@careffect.nl
Arthur van Schendelstraat 650
3511 MJ Utrecht